Sign. - Kantonrechtersformule is niet maatgevend voor schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag


Na verkregen toestemming van het CWI heeft C-1000 de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd tegen 31 augustus 2006 wegens bedrijfseconomische noodzaak. Volgens werkneemster is het gegeven ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter heeft haar vordering afgewezen. Het hof oordeelt onder meer als volgt. Ten aanzien van het beroep op het zogenoemde ‘gevolgen-criterium’ oordeelt het hof als volgt. Onder de omstandigheden, waarin een (op zich begrijpelijke) keuze voor kostenbesparing, en daarmee financieel gewin, voor C-1000 reden was om werkneemster na een langdurig dienstverband (23 jaar) te ontslaan, met de voor werkneemster - voorstelbare en voorspelbare, en derhalve voor C-1000 kenbare - aan dit ontslag verbonden nadelige gevolgen van dien, had C-1000 aan werkneemster een vergoeding hebben moeten toekennen, teneinde de financiële gevolgen van het ontslag enigszins weg te nemen. Dat C-1000 niet tot enige vergoeding in staat was, is niet aannemelijk geworden. Nu hij van het betalen van een vergoeding heeft afgezien, oordeelt het hof het aan werkneemster verleende ontslag kennelijk onredelijk. De verzochte vergoeding conform de kantonrechtersformule wordt niet toegekend. Naar het oordeel van het hof strekt deze formule er niet toe een maatstaf aan te reiken voor een schadevergoeding in geval van een kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechtersformule maakt deel uit van een aantal aanbevelingen van de vergadering van de Kring van Kantonrechters en is geschreven voor het vaststellen van de vergoeding die de kantonrechter bij de ontbinding van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in art. 7:685 BW kan toekennen. Daarbij is rekening gehouden met een aantal bijzonderheden van de ontbinding van een arbeidsovereenkomst - zoals…

Verder lezen
Terug naar overzicht