Sign. - Kasrondje en oprichtersaansprakelijkheid


De curator vraagt om hoofdelijke veroordeling van (a) bestuurder Van Vugt Holding en (b) indirect bestuurder Van Vugt tot betaling van een bedrag ter hoogte van het tekort in het faillissement. a. Van Vugt Holding De termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening van de failliet is met bijna een jaar overschreden en deze overschrijding kan niet worden aangemerkt als een onbelangrijk verzuim in de taakvervulling van Van Vugt Holding. Van Vugt Holding heeft haar taak als bestuurder onbehoorlijk vervuld en deze onbehoorlijke taakvervulling wordt vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement (art. 2:248 lid 2 BW). Van Vugt Holding is aansprakelijk voor het tekort in het faillissement (art. 2:248 lid 1 jo. 2:394 BW). b. Van Vugt De vordering van de curator is onder andere gebaseerd op art. 2:180 lid 2 sub b BW. Het ter gelegenheid van de oprichting gestorte bedrag is nog vóór de oprichtingsdatum van de vennootschap volledig teruggestort op de rekening van de enig aandeelhouder die het bedrag eerst enkele dagen daarvoor had gestort. Niet duidelijk is in hoeverre de op te richten vennootschap na de terugstorting nog over het geld kon beschikken. Uit de terugboeking "conform opdracht" blijkt niet dat het ging om een lening. Uit de door Van Vugt overgelegde jaarstukken van de verschillende vennootschappen blijkt ook niet dat de terugboeking van het stortingsbedrag is gedaan ten titel van een op zakelijke voorwaarden overeengekomen lening. Wat die zakelijke voorwaarden inhielden is door Van Vugt ook niet gesteld. Aan de stortingsplicht is derhalve niet voldaan en Van Vugt Holding is als bestuurder naast de failliet hoofdelijk…

Verder lezen
Terug naar overzicht