Sign. - Kennelijk onredelijk ontslag. Geen toepassing van kantonrechtersformule


Werknemer (56 jaar) is in 1989 bij werkgever in dienst gekomen als tekenaar/constructeur senior. Zijn laatstgenoten salaris bedraagt circa € 2.448,29 bruto per maand. Om bedrijfseconomische redenen heeft werkgever in 2005 ontslag aangevraagd voor vier werknemers. Na verkregen ontslagvergunning heeft werkgever deze werknemers ontslagen, zonder aan hen een vergoeding toe te kennen.
Het hof overweegt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkgever ten tijde van de opzegging in het geheel niet in staat was een vergoeding te betalen, zoals zij betoogt. Het enkele feit dat een onderneming een negatief eigen vermogen heeft, betekent niet dat zij niet in staat is tot betaling van een – relatief beperkte – schadevergoeding, zeker niet wanneer in de onderneming, zoals hier, substantiële bedragen – werkgever had in 2005 een omzet van ongeveer € 2.500.000 – omgaan. Nu de financiële situatie van werkgever weliswaar slecht was, maar niet zo slecht dat zij niet in staat was een, zij het beperkte, financiële vergoeding voor werknemer te treffen, bijvoorbeeld bestaande in de aanvulling van diens WW-uitkering gedurende enige tijd, is het aan werknemer verleende ontslag kennelijk onredelijk. Anders dan werknemer betoogt, wordt de schadevergoeding niet vastgesteld conform de zogenoemde kantonrechtersformule. Zoals het hof in eerdere zaken reeds herhaalde malen heeft overwogen, strekt deze formule er niet toe een maatstaf aan te reiken voor een schadevergoeding in geval van een kennelijk onredelijk ontslag. De kantonrechtersformule maakt deel uit van een aantal aanbevelingen van de vergadering van de kring van kantonrechters en is geschreven voor het vaststellen van de vergoeding die de kantonrechter bij de ontbinding van een…

Verder lezen
Terug naar overzicht