Sign. - Kennelijk onredelijk ontslag. In strijd met gelijke behandeling. Kantonrechtersformule is niet van toepassing


Werknemer is op 25 september 1967 in dienst getreden van een rechtsvoorgangster van werkgever. Werkgever had verschillende vestigingen, waaronder een in Hoofddorp. Deze laatste vestiging is in 2006 gesloten. Werknemer werkte aanvankelijk voor de rechtsvoorganger in Deventer, maar is op verzoek van werkgever ndash na een reorganisatie van de rechtsvoorganger ndash in 2002 voor de vestiging Hoofddorp gaan werken. Op basis van anciënniteit had werknemer in Deventer kunnen blijven werken. Zijn toenmalige functie wordt thans door een ander vervuld. De arbeidsovereenkomst met werknemer is in 2006 opgezegd. De kantonrechter heeft aan werknemer een vergoeding van € 125.000 toegewezen, wegens kennelijk onredelijk ontslag gelegen in het niet, althans onvoldoende, inspannen van herplaatsing van werknemer en het niet verstrekken van een toereikende ontslagvergoeding. Tegen dit oordeel keert werkgever zich in hoger beroep. Het hof oordeelt dat werkgever terecht heeft gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij ten onrechte werknemer geen nieuwe functie hebben aangeboden. Uit de stukken blijkt dat een andere werknemer meer geschikt was voor de vrijgekomen functie. Met betrekking tot de financiële tegemoetkoming stelt werkgever dat zij aan werknemer een hogere vergoeding dan het sociaal plan voorschrijft heeft toegekend en voorts een aanzienlijk langere opzegtermijn in acht heeft genomen. Het hof oordeelt echter dat niet is komen vast te staan dat aan werknemer een vergoeding is aangeboden ten tijde van het ontslag. Voor zover er wel een vergoeding is aangeboden, bedroeg de omvang € 50.500. Bij deze beoordeling speelt tevens een rol het beroep dat werknemer heeft gedaan op het feit dat hij ongelijk is behandeld ten opzichte van een collega, werknemer 2, die volgens werknemer bij…

Verder lezen
Terug naar overzicht