Sign. - Kennelijk onredelijk ontslag. Toepassing van kantonrechtersformule met standaardcorrectie van 30%


Werknemer (53 jaar), is in 1993 bij de werkgever in dienst getreden tegen een salaris van (laatstelijk) € 495 bruto per maand op basis van een 12-urige werkweek. Op 29 juni 2007 heeft de werkgever bij het CWI toestemming tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst verzocht op grond van bedrijfseconomische reden inhoudende een organisatorische wijziging namelijk het uitbesteden van werkzaamheden aan een derde. Door de werkgever is de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 december 2007. Er is geen vergoeding meegegeven.
Ten aanzien van het gevolgencriterium overweegt de kantonrechter het volgende. In deze zaak staat vast dat de reden voor de beëindiging geheel ligt in de risicosfeer van de werkgever. Voorts geldt dat sprake is van een langdurig en onberispelijk dienstverband, waarbij de werknemer ten aanzien van de reden voor het ontslag geen enkel verwijt treft. Ten slotte wordt gewogen, dat de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt gezien haar leeftijd niet gunstig is. Onder die omstandigheden wordt de beëindiging zonder enige financiële voorziening kennelijk onredelijk geacht. De werknemer komt derhalve een schadevergoeding toe. Voor de hoogte wordt aansluiting gezocht bij de arresten van het Hof ’s-Gravenhage van 14 oktober 2008.

(Ktr. ’s-Gravenhage 27 november 2008, LJN BG6662) 

Verder lezen
Terug naar overzicht