Sign. - Kind uit overspelige relatie is geen grievend gedrag ex artikel 1:399 BW


M heeft gesteld dat V vanaf 2002 verscheidene buitenechtelijke relaties heeft gehad en dat uit haar laatste relatie in 2009 een kind is geboren, met wiens aanwezigheid M bij voortduring wordt geconfronteerd, omdat V het merendeel van de weekdagen met het kind in de voormalig echtelijke woning verblijft. Volgens M is dat dermate grievend jegens hem, dat van hem niet langer verwacht kan worden dat hij voldoet aan zijn onderhoudsplicht jegens V (artikel 1:157 jo. 1:399 BW).
In hetgeen M heeft aangevoerd, acht het hof onvoldoende grond gelegen voor het oordeel dat de gedragingen van V dermate grievend zijn, dat in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd dat hij bijdraagt in haar levensonderhoud, dan wel dat die onderhoudsverplichting zou moeten worden gematigd. Het hof hecht in dit verband, evenals de rechtbank, tevens belang aan de lange duur van het huwelijk van partijen en de omstandigheid dat uit dit huwelijk hun drie kinderen zijn geboren. Voorts neemt het hof in aanmerking dat zowel V als M op enig moment tijdens hun huwelijk een buitenechtelijke relatie is aangegaan. Tevens is gebleken dat partijen beiden na de beëindiging van hun samenleving ervoor hebben gekozen om in de voormalig echtelijke woning afwisselend voor hun kinderen te zorgen. Dat V derhalve ook met haar kind in de voormalig echtelijke woning verblijft, is daarmee een gegeven en levert geen grievend gedrag op van V jegens M.
De stelling van M dat V hem in het bijzijn van de kinderen verbaal agressief bejegent, acht het hof – nog daargelaten of dit kan worden aangemerkt als grievend gedrag in de vorenbedoelde zin – in het licht van de uitdrukkelijke…

Terug naar overzicht