Sign. - Kinderalimentatie


De rechtbank stelt voorop dat elk kind een behoefte heeft. In het onderhavige geval is het niet mogelijk om de behoefte van de minderjarige op basis van de uitgangspunten van het Tremarapport te bepalen. Uitgangspunt voor de bepaling van de behoefte van een kind is het netto besteedbare gezinsinkomen tijdens het huwelijk of de relatie van de ouders. Tijdens de geboorte van de minderjarige verbleef V in de gevangenis in Peru en had zij geen inkomen. M studeerde op dat moment. Vaststaat dat het inkomen van M in 2001 bestond uit studiefinanciering. De rechtbank zoekt op grond van het voorstaande, ter bepaling van de behoefte, aansluiting bij het laagste bedrag van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen in 2001, zijnde ƒ 180 per maand. Geïndexeerd bedraagt de behoefte van de minderjarige in 2012 alsdan (afgerond) € 105 per maand. V heeft gesteld dat de minderjarige op grond van de Trema-normen dient mee te profiteren van de toegenomen welvaart van M. De rechtbank passeert deze stelling van V. De rechtbank overweegt dat stijging van het inkomen van een ouder, voor zover dit hoger is dan het gezinsinkomen, weliswaar in beginsel invloed behoort te hebben op de vaststelling van de behoefte, echter in het onderhavige geval heeft de minderjarige nooit in gezinsverband bij M verbleven en aldus nimmer in de welvaart van M geleefd.
De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van deze beschikking in redelijkheid op de datum dat het gerechtelijk vaderschap van M is vastgesteld, te weten 14 november 2012. Vanaf dat moment staat tussen partijen vast dat M de vader is van de minderjarige. De rechtbank acht voor de ingangsdatum niet relevant…

Terug naar overzicht