Sign. - Kinderen met stiefouder scoren lager op de Cito-toets


Er is een sterk verband tussen de Cito-score van kinderen en het inkomen van het gezin waarin ze wonen. Kinderen uit gezinnen in de hoogste inkomensgroep scoorden gemiddeld bijna zeven punten hoger dan die in de laagste inkomensgroep. Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Zo hebben ouders met een hoog inkomen vaak een hoge opleiding. Kinderen van hoogopgeleide ouders gaan vaak ook een hogere opleiding volgen en presteren op jonge leeftijd al beter op school. Ook kunnen gezinnen met een hoger inkomen meer geld besteden aan boeken, een eigen kamer en computer voor het kind en eventueel huiswerkbegeleiding, wat een positieve invloed kan hebben op de schoolprestaties. Er is ook een verband tussen de Cito-score en de gezinssituatie van de basisschoolkinderen. Kinderen van gescheiden ouders scoorden ruim twee punten lager op de Cito-toets dan kinderen uit intacte gezinnen. Kinderen die bij hun alleenstaande vader woonden waren een uitzondering: zij deden het gemiddeld beter dan kinderen in de overige gezinnen van gescheiden ouders.
De lagere Cito-score van kinderen uit eenoudergezinnen wordt niet zozeer veroorzaakt door de gezinssituatie zelf, maar hangt samen met het lagere inkomen. Eenoudergezinnen hebben gemiddeld minder inkomen dan tweeoudergezinnen. Per inkomensgroep was de Cito-score van kinderen uit eenoudergezinnen vrijwel even hoog als die van kinderen uit gezinnen met twee ouders. In tegenstelling tot de lagere Cito-score van kinderen uit eenoudergezinnen, kan de lagere score van kinderen uit gezinnen met een stiefouder niet verklaard worden door inkomensverschillen. In elke inkomensgroep hadden zij gemiddeld een lagere score dan kinderen uit intacte gezinnen. Stiefgezinnen komen relatief weinig voor: drie op de tien kinderen van gescheiden ouders…

Terug naar overzicht