Sign. - Ktr. Amsterdam 21 februari 2011, LJN BP6875


Op grond van de CAO voor KLM-cabinepersoneel eindigt de arbeidsovereenkomst van een stewardess op het moment dat zij de 60-jarige leeftijd bereikt, tenzij de stewardess ten minste vier maanden voorafgaand aan de maand waarin zij 60 jaar wordt de werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst tot haar 65ste te laten voortduren. Vaststaat volgens de kantonrechter dat de cao hiermee onderscheid maakt naar leeftijd. Of dit onderscheid, gelet op het oordeel van het EU Hof van Justitie Kücükdeveci/Swedex (en de daarin genoemde algemene beginselen van unie-recht) en de WGBL al of niet verboden is, hangt af van de aanwezigheid van objectieve rechtvaardigingsgronden. Daartoe dient met het onderscheid een redelijk doel te zijn gediend en moet het middel proportioneel en noodzakelijk zijn. Bepalingen in arbeidsovereenkomsten of caorsquos dat de dienstbetrekking op 65-jarige leeftijd eindigt, hebben, naar thans nog overwegend wordt aangenomen, een redelijk doel en zijn noodzakelijk. Aan de gerechtvaardigdheid van het verplicht eindigen van dienstbetrekkingen per jongere leeftijd worden nadere eisen gesteld. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft KLM niet duidelijk gemaakt welk redelijk belang gemoeid is met het in beginsel op 60-jarige leeftijd pensioneren van cabinepersoneel. Enige onderbouwing van die redelijkheid, bijvoorbeeld gebaseerd op ziekteverzuimpercentages, of de voor dat specifieke beroep geldende fysieke eisen, ontbreekt. Reeds daardoor is geen sprake van een objectieve rechtvaardigingsgrond. Aan de noodzakelijkheidtoets behoeft dan niet te worden toegekomen. Zie voor het vervolg van deze zaak: CGB 22 maart 2011, oordeel 2011-38.

Verder lezen
Terug naar overzicht