Sign. - Ktr. Utrecht 24 februari 2010


De (minimum)cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf bepaalt dat een fulltime arbeidsovereenkomst 38 uur per week bedraagt, alle uren die per 4 weken boven de (4 x 38=) 152 uren uitkomen als overwerk worden vergoed en dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte wordt gesteld op 100% loon over de bedongen arbeid (en niet tevens over het gemiddelde van de al of niet structureel overgewerkte uren). De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week en werkte gemiddeld ca. 180 uur per 4 weken. Hij werd ziek en vorderde 100% loondoorbetaling over deze 180 uren. De werknemer meende namelijk (i) dat zijn bedongen arbeid tot 180 uur is verworden. Deze stelling wordt door de kantonrechter verworpen, omdat alle uren die de werknemer meer dan 152 uur per 4 weken heeft gewerkt conform de cao overwerkuren zijn. Deze zijn niet verworden tot lsquobedongen arbeidrsquo. De werknemer meent (ii) voorts dat zijn werkgever op grond van art. 7:629 BW gehouden is hem 100% loon bij ziekte te betalen over 180 uur per 4 weken. Ook deze stelling wordt door de kantonrechter verworpen. Hij oordeelt dat de bepaling van de cao geldt, zodat de werknemer 100% loon dient te krijgen over de bedongen arbeid. Dat zou anders zijn als de cao-regeling in strijd zou zijn met art. 7:629 BW, dat ten minste doorbetaling van 70% van het loon vereist. Echter, 70% van 180 uur is minder dan 100% van de bedongen arbeid. Tot slot (iii) oordeelt de kantonrechter dat, hoewel de cao een…

Verder lezen
Terug naar overzicht