Sign. - Landis


De curatoren hebben de bestuurders en de commissarissen van Landis aansprakelijk gesteld in het faillissement van Landis. Klachtplicht De klachtplicht van art. 6:89 BW is niet van toepassing op de vorderingen uit hoofde van art. 2:138 en 2:149 BW die door de curatoren in casu zijn ingesteld. De klachtplicht is wél van toepassing op een vordering gebaseerd op art. 2:9 BW. De curatoren hebben binnen bekwame tijd geklaagd over de (mogelijk) onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders en de commissarissen. Vordering op grond van art. 2:133 lid 2 (jo. 2:149) BW art. 2:10 BW brengt met zich dat Landis Holding, wilde zij als topholding de centrale leiding kunnen uitoefenen, snel een voldoende betrouwbaar inzicht had moeten kunnen verkrijgen in de vermogenspositie van zowel haar Nederlandse als haar buitenlandse dochters. De omstandigheid dat art. 2:10 BW op die buitenlandse dochters niet van toepassing is, maakt dit oordeel niet anders. De bestuurders hebben niet voldaan aan hun verplichtingen voortvloeiend uit art. 2:10 lid 1 BW. De omstandigheid dat Ernst & Young de jaarrekeningen altijd heeft goedgekeurd maakt dit oordeel niet anders, omdat de bestuurders op de hoogte waren van de gebreken in de administratie en het voortduren van de problemen die dit opleverde. Daardoor hebben zij aan de goedkeuringen van Ernst & Young niet het gerechtvaardigde vertrouwen kunnen ontlenen dat wel aan de verplichtingen van art. 2:10 lid 1 BW was voldaan. De commissarissen hebben hun toezichthoudende taak ten aanzien van de nakoming van de boekhoudplicht verzaakt. De commissarissen hebben zich…

Verder lezen
Terug naar overzicht