Sign. - Last onder dwangsom


De AFM kon redelijkerwijs van mening zijn dat zij de aan A gevraagde inlichtingen voor het goed vervullen van haar toezichthoudende taak behoorde te vorderen. Vaststaat dat Nederlandse beleggers gelden hebben verstrekt aan A ten behoeve van het bekostigen van een of meer procedures die D heeft aangespannen en dat A zich verplicht om (de lening terug te betalen plus) een deel van de opbrengst (van A dan wel D) af te dragen. Uit de verschillende overeenkomsten wordt niet zonder meer duidelijk welke relatie er tussen A en D bestaat. Mogelijk is het zo dat D en A tezamen beleggingsobjecten in de vorm van rechten op opbrengsten van mineraalrechten aanbieden. Voor zover dit niet het geval is en de belegger uitsluitend een recht op een percentage van de opbrengst van de rechtszaken die D voert en/of schikkingen die zij of A aangaan (met andere partijen) wordt voorgehouden, is het mogelijk dat A al dan niet tezamen met D rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbiedt. In beide gevallen gaat het om gedragingen die in beginsel verboden zijn zonder te beschikken over een vergunning van de AFM. Het beroep dat A doet op een vrijstelling van de vergunningplicht kan haar niet baten, nu het informatieverzoek van de AFM erop gericht was vast te kunnen stellen of de handelwijze van A valt onder de Wft en of die mogelijk vergunningplichtig is of niet. De AFM heeft A herhaaldelijk schriftelijk vergeefs om de informatie verzocht. A is derhalve in verzuim die te verstrekken. De AFM komt de bevoegdheid toe haar een last onder dwangsom op te leggen. De voorzieningenrechter treft een, louter op het voorkomen van het…

Verder lezen
Terug naar overzicht