Sign. - Late betekening veroorzaakt bewijsnood: lichtere eisen aan bewijs


M en V waren met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk een dochter is geboren. M heeft alleen het ouderlijk gezag. Er is geen alimentatiebeschikking op grond waarvan V gehouden is een bijdrage te betalen in de kosten van levensonderhoud en studie van de dochter. M ontvangt een bijstandsuitkering. De gemeente stuurt V op 4 oktober 2006 een brief waarin (1) V wordt gewezen op haar wettelijke onderhoudsplicht jegens haar dochter en (2) de gemeente om inlichtingen verzoekt met betrekking tot de financiële omstandigheden van V. Aan dat laatste verzoek geeft V op 4 oktober 2006 gevolg. Op 24 oktober 2006 verzoekt de gemeente V nogmaals schriftelijk de gevraagde bewijsstukken te verstrekken. Vervolgens stelt de gemeente op 22 november 2006 het verhaalsbedrag vast op € 775 per maand. Diezelfde dag stuurt de gemeente de betreffende beschikking naar V. Omdat V niet tot betaling overgaat, dient de gemeente op 21 augustus 2007 een verzoek in bij de rechtbank, strekkende tot vaststelling van het verhaalsbedrag met ingang van 1 december 2006.
De rechtbank willigt het verzoek in en bepaalt dat V met ingang van 1 februari 2008 maandelijks € 775 aan de gemeente dient te voldoen zolang de bijstandsverlening aan M mede ten behoeve van de dochter voortduurt. Daarnaast moet V de sinds 1 december 2006 ontstane achterstand aflossen in maandelijkse termijnen van € 337,50. V gaat in hoger beroep.
V voert aan dat – na een procedure waarin zij niet is verschenen – de beschikking van de rechtbank van 23 januari 2008 eerst op 31 mei 2012 aan haar is betekend. V stelt dat zij niet op de hoogte was van de gevoerde procedure…

Terug naar overzicht