Naar de inhoud

Sign. - Leeftijdsdiscriminatie, wet tijdelijke verruiming ketenregeling, jongere

Partijen twisten over de toepassing van de Wet tijdelijke verruiming ketenregeling (Wet tvk), die het voor jongeren onder 27 jaar mogelijk maakte om vier in plaats van drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan. De Wet tvk gold tussen 9 juli 2010 en 1 januari 2012 als art. 7:668a lid 6 BW.
In zijn eindvonnis komt de rechter terug op het oordeel dat de Wet tvk niet passend en noodzakelijk was ten tijde van de economische crisis in 2010/2011 om de jeugdwerkloosheid op peil te houden. Het maken van onderscheid op grond van leeftijd, hetgeen gebeurt in de Wet tvk, is in strijd met algemene beginsel van Unierecht dat leeftijdsdiscriminatie voorkomen moet worden. Het is vastgelegd in richtlijn 2000/78, en is alleen toegestaan als er sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond.
Volgens vaste jurisprudentie van het EU Hof van Justitie hebben de lidstaten een ruime beleidsvrijheid om maatregelen te nemen om doelstellingen te realiseren op sociaal beleid en werkgelegenheid. Die beleidsvrijheid stelt de rechter voorop. Over de beste maatregel kan gediscussieerd worden, hetgeen is geschied in de parlementaire behandeling.
Alhoewel de onderbouwing van de minister in de parlementaire behandeling voor de effectiviteit van de maatregel beperkt is, is de rechter van mening dat terughoudendheid past bij de beoordeling of een middel passend en noodzakelijk is. De Wet tvk wordt niet terzijde gesteld.
Opmerkelijk is voorts dat de rechter bevestigt dat een uitzendkracht ook een beroep toekomt op art. 7:610b BW. In de Memorie van Toelichting is zulks immers besproken.

(Rb. Amsterdam 12 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013…