Sign. - Lening was privé


X en Y hebben in 2011 een geldlening verstrekt aan hun dochter (V) die op dat moment in gemeenschap van goederen met M was gehuwd. V heeft de lening gebruikt voor de bouw van een woning en een loods die tot het privévermogen van V behoren omdat in 2010 de betreffende grond aan haar is geschonken met gebruik van een uitsluitingsclausule. In 2013 heeft M een echtscheidingsverzoek ingediend. Voor de rechtbank is in geschil of M op grond van artikel 1:102 BW door X en Y kan worden aangesproken voor de lening.
De geldleningsovereenkomst is met V gesloten, waarbij M geen partij was. In beginsel kan daarom ook uitsluitend V aansprakelijk worden gehouden voor terugbetaling van het geleende bedrag. Omdat de lening door V is aangegaan tijdens het huwelijk met M en de tussen hen bestaande huwelijksgoederengemeenschap inmiddels van rechtswege is ontbonden (door indiening van het echtscheidingsverzoek), zou thans ook M kunnen worden aangesproken tot terugbetaling van deze schuld indien het een schuld betreft die deel uitmaakt van de gemeenschap (artikel 1:102 BW).
Volgens M is de lening een privéschuld van V, zodat ook na ontbinding van de gemeenschap alleen zij aansprakelijk is. Partijen twisten dus over de vraag of de leenschuld een gemeenschapsschuld is waarvoor na ontbinding van de gemeenschap beide ex-echtgenoten aansprakelijk zijn.
Vaststaat (1) dat X en Y aan V een stuk grond hebben geschonken om daar een huis op te bouwen, (2) dat die schenking plaatsvond onder een uitsluitingsclausule, zodat de grond niet tot de huwelijksgemeenschap is gaan behoren maar privé-eigendom was en is van V, en (3) dat…

Terug naar overzicht