Sign. - Loondoorbetaling bij ziekte; passende of bedongen arbeid?


Een werkneemster is van 28 september 2006 tot 18 december 2008 arbeidsongeschikt. Gedurende deze periode betaalt de werkgever het loon door. Naar aanleiding van een deskundigenadvies worden de werkzaamheden van werkneemster aangepast. Op 24 februari 2010 valt de werkneemster opnieuw uit. De werkgever betaalt het loon door tot 1 februari 2011 en kondigt aan de loondoorbetaling na deze datum te staken. Volgens de werkgever is niet opnieuw een recht op loondoorbetaling tijdens de arbeidsongeschiktheid ontstaan. Ter onderbouwing daarvan stelt hij dat de aanpassing van de werkzaamheden zo klein is dat deze werkzaamheden niet aan te merken zijn als nieuwe arbeid. De werkneemster stelt dat zij arbeidsongeschikt is geworden voor de nieuwe bedongen arbeid. Zij is van mening dat zij (opnieuw) recht heeft op loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid voor de duur van maximaal 104 weken. Zij vordert daarom loondoorbetaling. De kantonrechter overweegt dat doordat de werkgever heeft ingestemd met het advies van de arbeidsdeskundige om te re-integreren in aangepast eigen werk en overeen te komen om indien die re-integratie niet lukt lsquometeen een tweede spoort traject (te) startenrsquo, terwijl deze laatste situatie zich niet heeft voorgedaan, de werkgever zich in redelijkheid niet op het standpunt kan stellen dat het aangepaste eigen werk niet als de bedongen arbeid is aan te merken. De werkneemster heeft het aangepaste eigen werk gedurende een niet te korte tijd (15 maanden) verricht en de aard en omvang daarvan is niet meer tussen partijen in discussie geweest. De vordering wordt toegewezen, met dien verstande dat werkneemster recht heeft op 90% van het loon.

(Ktr. Amersfoort 8 maart 2011, LJN BP7237, «USZ» …

Verder lezen
Terug naar overzicht