Sign. - Loonvordering afgewezen; oordeel UWV in WIA-aanvraag geen deskundigenoordeel ex art. 7:629a BW


Werknemer meldt zich op 28 oktober 2005 ziek. Op advies van de bedrijfsarts van de werkgever verricht de werknemer andere werkzaamheden. Op 3 september 2007 verklaart de bedrijfsarts de werknemer 100% arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts oordeelt dat de werknemer per 25 januari 2008 voor 50% aangepaste werkzaamheden kan verrichten. De werknemer weigert echter zijn werkzaamheden te hervatten en naar de bedrijfsarts te gaan. Over de periode 1 juni 2008 tot 4 augustus 2008 betaalt de werkgever het loon vervolgens niet. Bij beschikking van 6 januari 2009 is aan de werknemer een WIA-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De werknemer vordert in kort geding loondoorbetaling over de periode 1 juni 2008 tot 4 augustus 2008. De kantonrechter stelt dat art. 7:629a BW van toepassing is, nu de nakoming van de verplichtingen bedoeld in art. 7:660a BW wordt betwist en zich daarnaast geen situatie voordoet waarin het overleggen van een deskundigenoordeel in redelijkheid niet van de werknemer kan worden gevergd. Dat inmiddels door het UWV in het kader van de WIA-aanvraag is geoordeeld dat er sprake is van een 80-100% arbeidsongeschiktheid geeft nog geen antwoord op de in art. 7:629a bedoelde vragen, zodat een dergelijk oordeel de deskundigenverklaring niet kan vervangen. De vordering wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een deskundigenoordeel ex art. 7:629a lid 1 BW.

(Ktr. Delft 27 januari 2011, LJN BP8245)

(Ktr. Delft 27 januari 2011, LJN BP8245)

Verder lezen
Terug naar overzicht