Sign. - Loonvordering toegewezen na beroep op opzegverbod wegens OR-lidmaatschap


De werknemer is vanaf 1 juli 2001 in dienst bij de Stichting Radio Nederland Wereldomroep als redacteur/vertaler. In de periode mei 2002-oktober 2009 hebben zich verschillende incidenten voorgedaan, die hebben geleid tot meerdere waarschuwingen aan de werknemer. Op 27 november 2009 stelt de werknemer zich kandidaat voor de OR. Op 14 januari 2010 wordt hij benoemd tot OR-lid. Vervolgens vinden nieuwe incidenten plaats en ontheft de werkgever de werknemer vanaf 2 april 2010 tot nader order van zijn werkzaamheden vanwege een foutieve vertaling. In vervolg hierop vraagt de werkgever op 12 april 2010 een ontslagvergunning bij UWV WERKbedrijf. Deze ontslagvergunning wordt op 28 september 2010 verleend. De werkgever zegt de arbeidsovereenkomst per 1 november 2010 op. De werknemer beroept zich op de nietigheid van het ontslag omdat hij lid is van de OR. In kort geding vordert hij loondoorbetaling. De werkgever is, kort gezegd, van mening dat de werknemer geen beroep toekomt op dit opzegverbod, omdat hij al voor de opzegging ontheven was van zijn taken (en dus niet meer lsquoin de onderneming werkzaamrsquo was) en de werknemer met zijn beroep op het OR-lidmaatschap misbruik van recht maakt. De voorzieningenrechter volgt de werkgever niet in zijn stelling dat het OR-lidmaatschap op grond van art. 12 lid 3 WOR van rechtswege is geëindigd omdat de werknemer al vanaf 2 april 2010 was ontheven van zijn taken. Uit de WOR blijkt niet dat het OR-lidmaatschap van rechtswege dient te eindigen bij op non-actiefstelling of schorsing. Bovendien zou honorering van dat verweer de mogelijkheid tot omzeiling van het opzegverbod openen. Tevens acht de…

Verder lezen
Terug naar overzicht