Sign. - Loyaliteitsdividend: naar loyale aandeelhouders?


Na de DSM-uitspraken van de Ondernemingskamer en Hoge Raad is nog steeds niet duidelijk of het door DSM voorgestelde loyaliteitsdividend in meer algemene zin is toegestaan. Het kabinet heeft onlangs kenbaar gemaakt geen voorstander te zijn van een wettelijke regeling met betrekking tot dit onderwerp, onder andere omdat er onvoldoende zicht is op de effecten van de regeling van belonen van langetermijnaandeelhouders. De schrijvers vragen zich in navolging hiervan af of een regeling voor loyaliteitsdividend überhaupt loyaliteit creëert bij aandeelhouders. Bij het onderzoeken van deze vraag besteden zij ook aandacht aan de vraag wat onder een loyale aandeelhouder moet worden verstaan en of het huidige vennootschapsrecht niet al voldoende prikkels biedt voor een aandeelhouder om zich loyaal te gedragen. Daarbij moet het verschil tussen de besloten verhoudingen binnen de bv als quasi-vof en de open verhoudingen binnen de beurs-nv en alle gradaties daartussen goed in het oog worden gehouden. De schrijvers concluderen dat binding van aandeelhouders aan de vennootschap door invoering van loyaliteitsdividend niet tot loyale aandeelhouders leidt en stellen een alternatieve regeling voor die naar hun mening wel bijdraagt aan de loyaliteit van aandeelhouders.

(TvOB 2012, nr. 5, p. 144, mr. dr. M. Koelemeijer en mr. dr. R.W.F. Hendriks)

Verder lezen
Terug naar overzicht