Sign. - Mammoet II


In deze zaak gaat het om de vraag of werkgever een redelijk voorstel heeft gedaan door het werkrooster van werknemer te wijzigen in wisseldiensten van in de ene week van 7.30 tot 15.30 uur en in de andere week van 14.15 tot 22.15 uur. Eerst was dit in de ene week van 8.00 tot 17.00 uur en de andere week van 16.45 tot 22.15 uur. Werkgever heeft haar een overbruggingsperiode van vijf maanden geboden om haar privésituatie af te stemmen op haar werkrooster en heeft haar tevens een andere werkplaats aangeboden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het wijzigen van het werkrooster is aan te merken als een wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Er is geen wijzigingsbeding ex art. 7:613 BW overeengekomen. Bij de beoordeling van de vraag of het voorstel van werkgever om in plaats van 8.00 uur om 7.30 uur te beginnen redelijk is, geldt als uitgangspunt dat het wijzigen van arbeidsvoorwaarden getoetst dient te worden aan de art. 7:611 en 6:248 lid 2 BW. Daarbij dient in de eerste plaats te worden onderzocht of werkgever als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van het voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden en of het voorstel redelijk is. In dat kader moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de aard van de gewijzigde omstandigheden die tot het voorstel aanleiding hebben gegeven en de aard en ingrijpendheid van het voorstel, alsmede de positie van de betrokken werknemer aan wie het voorstel wordt gedaan en diens belang bij het ongewijzigd blijven van de…

Verder lezen
Terug naar overzicht