Sign. - Mededelen voorwetenschap


Verdachte beschikte op 14 april 2006 over de cijfers van het eerste kwartaal van 2006 van Binck en het persbericht met betrekking tot die kwartaalcijfers. Het gaat hier om concrete informatie die rechtstreeks betrekking heeft op de uitgevende instelling, welke informatie op dat moment nog niet openbaar was gemaakt. In zijn algemeenheid geldt dat de informatie van kwartaalcijfers officiële en op hoofdpunten volledige informatie is over de algehele financiële positie van en stand van zaken binnen een onderneming, afkomstig van die onderneming. Voor beleggers in effecten van de betrokken ondernemingen is het belang van deze informatie aanzienlijk. Dergelijke informatie wordt daarom over het algemeen terecht als koersgevoelig aangemerkt. Of moet worden aangenomen dat openbaarmaking van die informatie per definitie een significante invloed op de koers van de effecten van de onderneming heeft, is geen vraag die de rechtbank behoeft te beantwoorden. Het gaat immers om de vraag of die significante invloed er zou kunnen zijn. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat, door de aard, afkomst en het belang van de kwartaalcijfers, openbaarmaking van die informatie een dergelijk gevolg kan hebben. aan het criterium voor koersgevoeligheid wordt voldaan. Verdachte beschikte op 14 april 2006 over concrete en niet-openbaar gemaakte informatie, terwijl openbaarmaking ervan significante invloed zou kunnen hebben op de koers van de financiële instrumenten van Binck. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat verdachte beschikte over voorwetenschap in de zin van de Wte 1995. Verdachte wist dat de informatie nog niet openbaar was gemaakt en ook dat kwartaalcijfers informatie bevatten die een significante invloed kan hebben op de koers. Het ten laste gelegde feit is bewezen en verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € …

Verder lezen
Terug naar overzicht