Sign. - Medezeggenschap van werknemers en van cliënten in de zorg - hetzelfde vormgeven?


De auteur bespreekt eerst de wijze waarop de medezeggenschap van cliënten in de zorg op basis van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) is geregeld. Vervolgens beschrijft zij een aantal opvallende verschillen met de medezeggenschapsrechten van werknemers krachtens de WOR. Het meest in het oog springende (volgens de auteur: onlogische) verschil is dat de bijzondere medezeggenschapsbevoegdheden van de OR zwaarder zijn dan die van de cliëntenraad: zo heeft de OR wel een beroepsmogelijkheid bij de OK en is het instemmingsrecht zwaarder dan het verzwaarde adviesrecht van de cliëntenraad. Anderzijds wijst de auteur op het enquêterecht dat inmiddels aan veel cliëntenraden toekomt op grond van de Wet toelating zorginstellingen. Deze (onlogische) verschillen tussen de medezeggenschap op grond van de Wmcz en de WOR acht de auteur in strijd met de kwaliteitseisen voor de wetgeving, vooral met het vereiste van onderlinge afstemming (harmonisatie). Deze onderlinge afstemming kan worden bereikt door de algemene beginselen van een behoorlijke medezeggenschapswet in kaart te brengen. De auteur formuleert op basis van haar vergelijking tussen de Wmcz en de WOR een aantal beginselen.

(G.W. van der Voet, Arbeid Integraal 2008/3, p. 35) 

Verder lezen
Terug naar overzicht