Sign. - Misbruik van bevoegdheid


Summierlijk is gebleken dat appellant in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Het is echter ook gebleken dat op voorhand moet worden uitgesloten dat er activa van enige betekenis aanwezig of te verwachten zijn en dat ook een onderzoek daarnaar door een te benoemen curator niet zinvol moet worden geacht. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit het recent gesloten en ambtshalve ter kennis genomen dossier met zaaknummer 200.073.545, waarin zich een aantal openbare verslagen van de bewindvoerder in het kader van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bevindt, genoegzaam blijkt dat van enig actief, dat eventueel gebruikt zou kunnen worden voor de boedelschulden en/of verdeling onder de gezamenlijke schuldeisers, geen sprake is en ook niet te verwachten is. gesteld noch gebleken is dat in de tussentijd enige verandering in deze situatie is gekomen. Het uitspreken van het faillissement van appellant dient – behoudens het belang van appellant om gedurende korte tijd de schuldeisers van zich af te houden – dan ook geen enkel rechtens te respecteren belang en zal bovendien slechts tot een hogere schuldenlast leiden. Nu derhalve geen enkel positief gevolg is te verwachten van een faillissement van appellant, maakt appellant onder deze omstandigheden misbruik van zijn bevoegdheid aangifte tot faillietverklaring te doen. (Hof Amsterdam, nzp Arnhem 19 mei 2011, LJN BQ5770, «JOR» 2012/22)

Verder lezen
Terug naar overzicht