Sign. - Misleidende omissie


Verzoeksters in deze procedure, de obligatiefondsen Hypothecaire Vastgoedobligaties III BV (HVo III) en HVo IV, komen op tegen besluiten van de AfM tot het opleggen van een last onder dwangsom en tegen in verband daarmee genomen publicatiebesluiten. In geschil is of de informatie die verzoeksters aan hun obligatiehouders moeten doen toekomen als omschreven in onderdeel A van de lasten, als essentiële informatie als bedoeld in art. 6:193d lid 2 BW is te beschouwen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in de bestreden besluiten voldoende duidelijk gemaakt waarom en welke informatie aan de obligatiehouders moet worden verstrekt. Met de door HVo III en HVo IV opgestelde tekstvoorstellen van 12 juli 2012 is niet voldaan aan de opgelegde lasten. De voorlopige conclusie is dat de informatie waarop de lasten onder dwangsom betrekking hebben, essentiële informatie betreft in de zin van art. 6:193d lid 2 BW. op basis van deze informatie kunnen de obligatiehouders zich een oordeel vormen over de wijze waarop verzoeksters uitvoering geven aan de overeenkomsten met de obligatiehouders en hoe de terugbetaling van de obligaties wordt gegarandeerd. over deze informatie moeten de obligatiehouders beschikken om bijvoorbeeld een besluit te kunnen nemen over het behoud of het van de hand doen van de obligaties. Nu HVo III en HVo IV ernstig tekort zijn geschoten in het verschaffen van de betreffende informatie aan de obligatiehouders, die als gemiddelde consumenten in de zin van art. 6:193d lid 2 BW kunnen worden aangemerkt, is sprake van een misleidende omissie in de zin van art. 6:193d BW en van overtreding van art. 8:8 Whc. Gelet daarop was AfM…

Verder lezen
Terug naar overzicht