Sign. - Moeder moet opnieuw in onderhandeling treden over sociaal plan failliete dochter


In beginsel is alleen de formele werkgever aan te spreken op een sociaal plan. Met betrekking tot de (ex)werknemers van Biovalue is niet duidelijk bij welke (inmiddels failliete) Biovalue vennootschap zij in dienst waren. Vast staat wel dat Delta NV niet de werkgever was van de (ex)werknemers. Om Delta zelfstandig te kunnen aanspreken als (groot)moeder moet er sprake zijn van doorbraak van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Hiervoor gelden twee vereisten; er moet sprake zijn van beslissende zeggenschap van moeder over dochter, en daarnaast moet moeder ook een ernstig verwijt te maken vallen. Ten aanzien van de zeggenschap geldt dat Delta zich in de hoogst mogelijke mate ingelaten heeft met het beleid van Biovalue. Zij had volledige, althans overheersende zeggenschap over Biovalue. fNV c.s. kon de mededelingen/onderhandelingen met betrekking tot het sociaal plan in redelijkheid beschouwen als mededelingen/ onderhandelingen namens Delta. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was voorts de verwachting van fNV c.s. dat de onderhandelingen over een sociaal plan zouden worden voortgezet indien Biovalue niet zou worden verkocht gerechtvaardigd. Niet gezegd kan worden dat er als gevolg van het faillissement van Biovalue geen mogelijkheid meer was om over het sociaal plan te onderhandelen. Conclusie is dat Delta jegens fNV c.s. de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat in geval van sluiting van de fabriek zou worden dooronderhandeld over een sociaal plan, althans dat het wekken van deze verwachting aan haar is toe te rekenen. Door hieraan geen uitvoering te geven, handelt Delta onrechtmatig jegens fNV c.s. De voorzieningenrechter veroordeelt Delta om…

Verder lezen
Terug naar overzicht