Sign. - Nauwe samenhang met insolventieprocedure


Art. 1 lid 2 sub b EEX-Vo sluit van het toepassingsgebied van die verordening slechts vorderingen uit die rechtstreeks voortvloeien uit een insolventieprocedure en daarmee nauw samenhangen. Alleen vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit een insolventieprocedure en daarmee nauw samenhangen, vallen onder het toepassingsgebied van de IVO. Vraag is dus of de vordering in het hoofdgeding aan dat dubbele criterium beantwoordt. Deze strekt tot terugbetaling door verweerster van bedragen die zij van een schuldenaar heeft ontvangen voordat tegen deze laatste een insolventieprocedure werd ingeleid. Verzoekster baseert haar vordering op een vordering die haar door de curator in die procedure is gecedeerd. Voorwerp van die cessie was het door de Duitse insolventiewet aan de curator toegekende recht de nietigheid in te roepen van handelingen die vóór de inleiding van de insolventieprocedure met benadeling van de schuldeisers in de insolventieprocedure zijn verricht. Enkel de curator kan de nietigheid van handelingen inroepen, uitsluitend ter verdediging van de belangen van de insolvente boedel. Het recht om de nietigheid in te roepen kan echter worden gecedeerd voor zover daar een als gelijkwaardig aan te merken tegenprestatie ten gunste van de insolvente boedel tegenover staat. Verzoekster treedt niet op als curator, dat wil zeggen als orgaan in een insolventieprocedure, maar als cessionaris van een recht. Voorts heeft het hoofdgeding geen betrekking op de geldigheid van de cessie door de curator en wordt niet betwist dat hij zijn recht om de nietigheid van handelingen in te roepen, kan cederen. Er moet dus worden nagegaan of de door verzoekster in het hoofdgeding ingestelde vordering, gelet haar bijzondere kenmerken, een rechtstreeks verband heeft met de insolventie van de schuldenaar en nauw samenhangt met de insolventieprocedure…

Verder lezen
Terug naar overzicht