Sign. - Niet gebonden aan kredietovereenkomst met vervalste handtekening


Aan de orde is de vraag of de man gebonden is aan twee kredietovereenkomsten. De man heeft gesteld dat de vrouw beide overeenkomsten heeft gesloten, waarbij zij zijn handtekening heeft vervalst. De vrouw erkent dat de man de overeenkomsten niet zelf heeft ondertekend. Zij voert aan dat zij de overeenkomsten namens de man heeft getekend met gebruikmaking van de notariele volmacht.
Het hof overweegt dat deze stelling van de vrouw niet is komen vast te staan. Dat de overeenkomst zou zijn gesloten met gebruikmaking door de vrouw van een door de man aan haar verleende (notariële) volmacht blijkt niet uit de overeenkomst. Immers, dan valt niet te verklaren waarom bij de naam van de man een handtekening staat die afwijkt van die van de vrouw, en dan had de vrouw zelf, in haar hoedanigheid van gevolmachtigde, de overeenkomsten van geldlening (voor de duidelijkheid: met haar eigen handtekening) moeten ondertekenen. Het hof is van oordeel dat, gezien de betwisting door de man, niet althans onvoldoende is komen vast te staan dat de man gebonden is aan en derhalve ook partij is bij deze overeenkomsten. Reeds daarom kan geen sprake zijn van regres als door de vrouw bedoeld.
Wat betreft de waarde van de inboedel constateert het hof dat de door de vrouw overgelegde aankoopbonnen, waarop zij haar schatting baseert, slechts enkele meubelstukken betreffen. Het hof beschouwt het als een feit van algemene bekendheid dat een inboedel niet slechts uit enige meubelstukken bestaat, zoals de vrouw heeft gesteld, maar daarnaast ook uit allerlei andere zaken die men nodig heeft voor het voeren van een huishouding. De vrouw heeft met de…

Terug naar overzicht