Sign. - Niet tijdig geklaagd


Vraag is of de advisering door Staalbankiers ten aanzien van de perpetuele obligaties past binnen de overeengekomen beleggingsdoeleinden en beleggingsuitgangspunten van Jael Holding BV. Jael stelt dat zij geen opdracht heeft gegeven voor de aankoop van de perpetuele obligaties, althans dat zij bij de aankoop niet adequaat is geadviseerd over de risico's van dergelijke obligaties. Staalbankiers is daarmee, volgens Jael, tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Staalbankiers heeft dit betwist en voorts aangevoerd dat Jael niet tijdig heeft geklaagd over de door haar gestelde gebreken in de prestatie van Staalbankiers. Het hof stelt vast dat Jael niet alleen in strijd met art. 12 Algemene Bankvoorwaarden (ABV) heeft nagelaten om de aan haar toegezonden bescheiden – waaruit de aankoop van de perpetuele obligaties blijkt – terstond na ontvangst te controleren, maar dat zij ook niet heeft voldaan aan het gestelde in art. 13 ABV door niet binnen twaalf maanden de inhoud van de stukken te betwisten waaruit de aankoop van de perpetuele obligaties blijkt. Uit art. 13 ABV volgt tevens dat bij het uitblijven van een betwisting binnen de genoemde termijn geldt dat de inhoud van de stukken door de cliënt is goedgekeurd. Jael heeft zich subsidiair beroepen op onrechtmatig handelen door Staalbankiers, door het tekortschieten in de op haar rustende zorgplicht Jael in voldoende mate te informeren dan wel te waarschuwen voor de bijzondere risico's die zijn verbonden aan perpetuele obligaties. Of het gestelde als een onrechtmatige daad kan worden beschouwd, kan in het midden blijven, nu het beroep van Staalbankiers op art. 6:89 BW slaagt.
(Hof Arnhem 18 december 2012, «JOR» 2013…

Verder lezen
Terug naar overzicht