Sign. - Nietig beslag op kwaliteitsrekening


De onder de bank gelegde executoriale derdenbeslagen waren op grond van art. 25 lid 5 Wna nietig omdat geen derdenbeslag kan worden gelegd op een kwaliteitsrekening, zoals de onderhavige, onder een financiële onderneming alwaar een dergelijke rekening wordt aangehouden, zoals de bank. Desondanks heeft de bank in de verklaringen derdenbeslag verklaard dat zij het positieve saldo op de onderhavige kwaliteitsrekening aan het notariskantoor verschuldigd was. De bank heeft vervolgens in totaal een bedrag van € 88.840,20 aan de deurwaarder afgedragen. Voor deze betalingen bestond geen rechtsgrond. Deze kan evenmin gevonden worden in art. 477 rv. De Hoge raad heeft overwogen (Hr 30 november 2001, «JOR» 2002/23) dat de enkele omstandigheid dat een derdebeslagene op de voet van de art. 476a en 476b rv heeft verklaard dat hij een bedrag aan de geëxecuteerde schuldig is, niet rechtvaardigt dat de derdebeslagene verplicht is hetgeen hij volgens zijn verklaring aan de geëxecuteerde schuldig is, te voldoen aan de met de executie belaste deurwaarder. De Hoge raad heeft hier vervolgens (Hr 24 november 2006, «JOR» 2007/26) aan toegevoegd dat het voorgaande niet anders is indien de derdebeslagene overeenkomstig de door hem afgelegde, later onjuist gebleken verklaring, op aanmaning van de deurwaarder bedragen heeft afgedragen, omdat die afdracht op zichzelf niet impliceert dat daarvoor een rechtsgrond bestond. De omstandigheid dat in het onderhavige geval sprake is van een situatie waarin door wetsduiding geen beslag tot stand gekomen is en er geen sprake is van een op de verklaringen derdenbeslag vermeld onjuist saldo, is geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De enkele…

Verder lezen
Terug naar overzicht