Sign. - Nietig bindend advies


Partijen zijn overeengekomen dat het salaris van de werknemer wordt verminderd. De helft van de verlaging vindt ineens plaats en het resterende deel door het niet toepassen van toekomstige cao-verhogingen. Deze overeenkomst is gesloten in het kader van een collectieve afbouwregeling, tot stand gekomen na overleg met de ondernemingsraad, de bij de Grafimedia-cao betrokken vakorganisatie en de individuele werknemers. Het conform de overeenkomst door de werkgever vanaf 2000 tot en met 2004 aan Eisenberger betaalde uurloon bedraagt meer dan het toepasselijke cao-loon. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst wendt Eisenberger zich tot de Commissie Grafimedia en stelt dat de afgesproken salarisverlaging in strijd is met de Grafimedia-cao. Bij besluit bij wege van bindend advies wijst de Commissie Grafimedia de loonvordering af. Eisenberger stelt geen hoger beroep in tegen deze uitspraak bij de Centrale Commissie, maar start een procedure bij de kantonrechter. Die verklaart de werknemer niet-ontvankelijk. In hoger beroep oordeelt het hof dat een redelijke uitleg van de relevante cao-bepaling meebrengt dat het niet (tijdig) instellen van hoger beroep tegen het bindend advies meebrengt dat dit bindend advies onherroepelijk is. Dat het bindend advies onherroepelijk is, doet echter niet af dat in dit geding kan worden beoordeeld of het bindend advies nietig is, gelet op het bepaalde in art. 7:902 BW, of dat het bindend advies op de voet van art. 7:904 BW vernietigd kan worden. De werknemer is dus ontvankelijk in zijn vorderingen. Ook indien, zoals de werknemer stelt, de beslissing van de Commissie Grafimedia in strijd is met art. 12 lid 1 WCAO…

Verder lezen
Terug naar overzicht