Sign. - Nietige dividenduitkering voorafgaand aan faillissement


De curator heeft een beroep gedaan op de nietigheid van het door de algemene vergadering van aandeelhouders van het gefailleerde Ceramicas BV genomen dividendbesluit en de betaling van het dividend, wegens strijd met art. 2:216 BW en op grond van art. 42 Fw, welk beroep slaagt. Het besluit is genomen in strijd met het bepaalde in art. 2:216 lid 2 BW (oud), nu vaststaat dat sprake is van een boedeltekort: de fiscus kon en kan niet betaald worden. Het bestaan van deze vordering heeft Tijhuis (bestuurder of beleidsbepaler als ware hij bestuurder) onvoldoende gemotiveerd bestreden. De dividenduitkering moet geacht worden ten laste te zijn gegaan van de, kort gezegd, vrije reserves als bedoeld in art. 2:216 lid 2 BW, nu Tijhuis geen stellingen heeft ontwikkeld die inzicht geven in de vermogenspositie van Ceramicas na de dividenduitkering. Tijhuis moet goed in staat geacht worden dit inzicht te verschaffen als administrateur en belastingadviseur van de vennootschap. Het verschaffen van dit inzicht was te meer nodig tegen de achtergrond van de vaststaande omstandigheden dat de vennootschap na het overlijden van enig aandeelhouder en bestuurder Van den Oever bergafwaarts ging, dat de grootste principaal geen opdrachten meer gaf, althans geen werk meer genereerde en dat er nagenoeg geen omzet meer werd gemaakt. Bovendien geschiedde de uitkering in strijd met art. 2:216 lid 3 BW, nu geen jaarrekening was opgemaakt en Tijhuis niet heeft beweerd dat het ging om tussentijds dividend. De rechtbank verklaart voor recht dat de betaling en het dividendbesluit nietig zijn op grond van art. 2:216 BW (en art. …

Verder lezen
Terug naar overzicht