Sign. - Noot van mr. C.W.G. Rayer in TRA 2011/2 bij HvJ EU 12 oktober 2009, nr. C-499/08, «JAR» 2010/296


In de zaak Andersen oordeelde het HvJ EU dat een Deense regeling op grond waarvan een op anciënniteit gebaseerde ontslagvergoeding niet wordt uitbetaald indien de werknemer de mogelijkheid heeft met ouderdomspensioen te gaan, strijdig is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. De doelen - bescherming van werknemers met een groot aantal dienstjaren en de bevordering van deelname in het arbeidsproces - achtte het hof legitiem. Het middel om dat doel te bereiken werd door het HvJ ook als geschikt beschouwd, maar niet als noodzakelijk. De auteur brengt het onderhavige arrest in verband met eerdere uitspraken van het HvJ over verplicht pensioenontslag bij een bepaalde leeftijd. Het Andersen-arrest past in de in die arresten uitgezette lijn. Het lijkt het spiegelbeeld te zijn van de zaak Petersen. Voorts gaat de auteur in op de betekenis van het arrest voor Nederlandse ontslagvergoedingen. Bij de toepassing van Aanbeveling 3.5 kan de kantonrechter, in de gevallen dat de vroegpensionering door de werknemer wordt betwist, verboden leeftijdsdiscriminatie voorkomen door de maximering van de vergoeding op de AOW-leeftijd vast te stellen. Het arrest kan volgens de auteur tot slot ook gevolgen hebben voor sociale plannen. Zowel de daarin opgenomen (ontslag)vergoedingen als eventuele regelingen met betrekking tot begeleidingstrajecten maken al gauw een volgens het Andersen-arrest ongeoorloofd onderscheid op grond van leeftijd.

Noot van mr. C.W.G. Rayer in TRA 2011/2 bij HvJ EU 12 oktober 2009, nr. C-499/08, «JAR» 2010/296 (Andersen)

Noot van mr. C.W.G. Rayer in TRA 2011/2 bij HvJ EU…

Verder lezen
Terug naar overzicht