Sign. - Noot van mr. T. van den Berge in «JAR» Geannoteerd bij Hof ’s-Gravenhage 21 december 2010, «JAR» 2011/71


Het Hof rsquos-Gravenhage had een door de werkneemster in het geding gebracht loontechnisch onderzoek van de CGB terzijde geschoven onder verwijzing naar een door de werkgever overgelegde verklaring van een professor in de statistiek. Als gevolg hiervan viel de onderbouwing van de werkneemster van de claim van indirecte discriminatie in zijn geheel en die van directe discriminatie deels weg. De auteur noemt dit op zijn minst ongemakkelijk. Dergelijk onderzoek wordt volgens hem door deskundigen op het terrein van de gelijke beloning zeer gewaardeerd. Gezien de status ervan is het naar de mening van de auteur nauwelijks voor te stellen dat dit onderzoek in een loonprocedure van generlei waarde is. Wel is het volgens hem van belang dat zowel (de functiewaarderingsdeskundige van) de CGB als de procesvertegenwoordiging dit instrument in rechterlijke procedures als bewijs scherper inzetten en zorgvuldig(er) aandacht besteden aan de presentatie van de belangrijkste resultaten en het wetenschappelijk gewicht ervan.
Voorts had het hof bij de beoordeling van de vraag of sprake was van directe discriminatie een vergelijking gemaakt tussen de werkneemster en een groep mannelijke collegarsquos. De maatmanvergelijking houdt volgens de auteur evenwel in dat een vergelijking plaatsvindt tussen één man en één vrouw. Het oordeel dat van directe discriminatie geen sprake is, acht hij (mede) daarom onjuist.

Verder lezen
Terug naar overzicht