Sign. - Normale uitoefening van het bedrijf


X was ten tijde van het aangaan van de borgtochtovereenkomst geen meerderheidsaandeelhouder van Polystyreen en kartonnage, wat wel is vereist voor een geslaagd beroep van eiseres op de uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW wat betreft deze vennootschappen. De vaststelling dat X enkele maanden na het aangaan van de borgtocht alsnog een meerderheid heeft verkregen kan eiseres niet baten. ook als X wist dat hij een meerderheidsbelang zou verwerven, is de uitzondering van art. 1:88 lid 5 BW niet op de door hem verstrekte borgtocht toepasselijk. De vernietiging van de borgtocht door de echtgenote van X heeft dus effect. Ten tijde van het aangaan van de borgtochtovereenkomst was X wel (middellijk) bestuurder en meerderheidsaandeelhouder van Verpakkingen. Bovendien is X de borgtocht aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van Verpakkingen. De borgtocht is overeengekomen ter zake van de uitlening door eiseres van werknemers. De vordering van eiseres op Verpakkingen is veroorzaakt doordat eiseres werknemers uitleende aan Verpakkingen en Verpakkingen heeft voor de uitoefening van haar bedrijf arbeidskrachten nodig. Voor het aangaan van een borgtocht namens Verpakkingen jegens eiseres behoefde X dan ook geen toestemming van zijn echtgenote. Eiseres heeft zich er nog op beroepen dat X zich in redelijkheid niet mag beroepen op de vernietiging van de borgtocht door zijn echtgenote. In dit kader wordt opgemerkt dat de wetgever ter zake de bepalingen van art. 1:88 BW en 1:89 BW het beginsel van de gezinsbescherming belangrijk achtte. Art. 1:88 en 1:89 BW strekken ter bescherming van de echtgenote van de borg. De opvatting van eiseres dat X zich in…

Verder lezen
Terug naar overzicht