Sign. - Onafhankelijkheid van toezichthouders in concernverhoudingen


 

Commissarissen en niet-uitvoerende bestuurders worden in toenemende mate aangesproken op de vraag of zij van een onafhankelijke en kritische houding laten blijken. Dit geldt voor commissarissen van beursgenoteerde vennootschappen, maar ook voor interne toezichthouders van privaatrechtelijke ondernemingen in het semipublieke domein. De schrijver analyseert de ontwikkelingen in het toezicht bij kapitaalvennootschappen in de marktsector en het toezicht in het semipublieke domein. Daarna gaat hij in op de vennootschapsrechtelijke inzichten ten aanzien van de onafhankelijkheid van het commissariaat bij enkelvoudige vennootschappen en groepsvennootschappen. Vervolgens schetst hij het formele kader (sectorale wetgeving, governance codes en rechtspraak) van de onafhankelijkheidseisen voor het interne toezicht in het onderwijs, de sociale huursector en de zorgsector en wat dit inhoudt voor semipublieke groepsverhoudingen waarin zowel stichtingen als kapitaalvennootschappen betrokken zijn. tot slot geeft hij enige aanbevelingen voor een evenwichtige toepassing van governancenormen bij de inrichting van complexe ondernemingsstructuren in het publieke domein. teveel nadruk op de formele onafhankelijkheid van het commissariaat kan naar zijn oordeel niet alleen afbreuk doen aan een evenwichtige samenstelling van het toezichthoudende orgaan en kwaliteiten als voldoende deskundigheid, specifieke ervaring en diversiteit, maar kan ook destabiliserend werken voor private en semipublieke concernverhoudingen. De schrijver pleit voor meer aandacht voor de materiële onafhankelijkheidsnormen, met een geconsolideerde benadering van het concern.

 

(TvOB 2013, nr. 5, p. 174, prof. mr. L.G.H.J. Houwen)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht