Sign. - Onderhoudsbijdrage 21-jarige is dringende morele verplichting


In deze zaak wordt de voldoening van een onderhoudsbijdrage aan een kind dat ouder is dan 21 jaar gezien als een dringende morele verplichting van de man jegens zijn kind en meegenomen als gewone last bij de bepaling van de draagkracht van de man.
Vaststaat dat de kinderen van de man zijn geboren op 5 april 1988, respectievelijk 28 augustus 1991, en dat de man reeds ten tijde van het huwelijk van partijen bovengenoemde onderhoudsbijdrage voor de kinderen voldeed, hetgeen door de vrouw ter zitting is erkend. Nu het jongste kind van de man nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, bestaat er voor de man een wettelijke onderhoudsverplichting jegens dit kind. Het hof neemt daarom tot 1 september 2012 een bedrag van € 175 per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie in de berekening op. Dat geldt niet voor het oudste kind, nu deze inmiddels 23 jaar oud is. Wat betreft de bijdrage van de man jegens zijn oudste kind, is het hof van oordeel dat deze bijdrage als gewone last dient te worden meegenomen. Het hof overweegt daarbij dat de voldoening van deze onderhoudsbijdrage gezien moet worden als een dringende morele verplichting van de man jegens zijn oudste kind. Deze dringende morele verplichting, die kennelijk door de vrouw tijdens het huwelijk ook als zodanig is geaccepteerd, wijzigt niet door de echtscheiding van de man en de vrouw. In aanmerking nemende dat het jongste kind van de man op 28 augustus van dit jaar 21 jaar wordt, neemt het hof – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – vanaf 1 september 2012 de door de man te betalen onderhoudsbijdrage van € …

Terug naar overzicht