Sign. - Onderzoek naar bestaan baten


In cassatie klaagt j. van leeuwaarden Holding BV dat het aan het hof niet vrijstond in de onderhavige procedure het oordeel te toetsen van het bestuur van de ontbonden rechtspersoon Ongo BV (Van leeuwaarden Holding) dat ten tijde van haar ontbinding geen baten meer aanwezig waren zodat zij had opgehouden te bestaan. Dat oordeel zou in een afzonderlijke procedure tot heropening van de vereffening van het vermogen van de rechtspersoon ex art. 2:23c lid 1 BW moeten worden getoetst. Dit zou slechts anders zijn in het geval waarin een schuldeiser het faillissement heeft aangevraagd van een ontbonden rechtspersoon die bij aFwezigheid van bekende baten had opgehouden te bestaan (HR 27 januari 1995, NJ 1995, 579), nu de vereffening ex art. 2:23c lid 1 BW naar doel, strekking en geschiedenis verwant is aan de in art. 104 Fw neergelegde faillissementsvereffening. De klacht faalt. Het genoemde arrest van de Hoge raad, waarin is overwogen dat het oordeel van het bestuur of de vereffenaar van een ontbonden rechtspersoon over de aanwezigheid van baten vatbaar is voor toetsing door de rechter, is niet beperkt tot de aanvrage van een faillissement. Ook in andere procedures waarin in geschil is of een ontbonden rechtspersoon over baten beschikt, kan de rechter het oordeel van het bestuur of de vereffenaar van deze rechtspersoon dat zij geen baten (meer) heeft, op juistheid onderzoeken. Het hof heeft dan ook terecht geoordeeld dat het in de onderhavige procedure aldus kon beslissen en dat daartoe niet de procedure van art. 2:23c lid 1 BW behoefde te worden gevolgd. Groffen acht het oordeel van de Hoge raad…

Verder lezen
Terug naar overzicht