Sign. - Onderzoeksrapporten onderbenutting (C)OR en naleving WOR


Op 8 september 2009 heeft minister Donner van SZW twee onderzoeksrapporten aangeboden aan de Tweede Kamer. In het eerste onderzoek is gekeken naar de mogelijke onderbenutting van de bevoegdheden en mogelijkheden door de (Centrale) OR in grote Nederlandse ondernemingen. Het tweede onderzoek betreft een onderzoek naar de naleving van de WOR. Aanleiding voor het onderzoek over onderbenutting was de constatering in het SER-advies inzake Evenwichtig Ondernemingsbestuur dat ondernemingsraden en vakbonden wel adequate middelen hebben om strategische besluiten zoals fusies en overnames te beïnvloeden, maar dat het erop lijkt dat zij deze wettelijke middelen niet volledig benutten. Geconcludeerd wordt onder meer dat een betere benutting van bevoegdheden van de OR afhangt van een proactieve opstelling van de OR en de relatie tussen de bestuurder en de OR. Uit het tweede rapport over naleving van de WOR komt onder andere naar voren dat in vergelijking met de laatste meting in 2005 (76%) de naleving van de WOR, in de zin van instelling van een OR zodra dat verplicht is, licht gedaald is (in 2008 70%). Deze daling wordt in het rapport door de onderzoekers deels verklaard doordat het aantal ondernemingen met 50 tot 75 werknemers flink zou zijn gestegen ten opzichte van 2005. In deze relatief kleine ondernemingen is de naleving traditioneel het laagst. De naleving in grote ondernemingen (200 werknemers of meer) is onveranderd hoog (96%), aldus het rapport. (Kamerstukken II 2008/09, 31 700 XV, nr. 75)

(Kamerstukken II 2008/09, 31 700 XV, nr. 75)

Verder lezen
Terug naar overzicht