Sign. - Ongerechtvaardigd onderscheid in artikel 1:5 lid 3 BW


M (van Nederlandse nationaliteit) en V (van zowel Nederlandse als Iraanse nationaliteit) zijn met elkaar gehuwd. De zus van V is in 2000 in Nederland overleden. Zij was op dat moment met haar minderjarige dochter D (geboren in Iran) op bezoek bij V. Sindsdien verblijft D, met instemming van haar in Iran wonende vader, bij M en V. In 2000 is V door de rechtbank benoemd tot tijdelijk voogdes over D. M en V verzoeken de adoptie van D met behoud van haar huidige geslachtsnaam.
De rechtbank stelt vast (1) dat M en V met elkaar zijn gehuwd, (2) dat zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd, (3) dat zij D meer dan één jaar samen hebben verzorgd en opgevoed, (4) dat de vader van D schriftelijk heeft verklaard akkoord te gaan met de verzochte adoptie, (5) dat D heeft verklaard door M en V geadopteerd te willen worden en (6) dat zij over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij haar leeftijd en peil van ontwikkeling. Nu daarmee aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW is voldaan, wijst de rechtbank het verzoek tot adoptie toe.
Een kind dat door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot twee adoptanten van verschillend geslacht die met elkaar zijn gehuwd, heeft de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de moeder zal hebben (artikel 1:5 lid 3 BW). …

Terug naar overzicht