Sign. - Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet behalen van afgesproken diploma's, eerdere dienstbetrekkingen bij andere Rabobankvestiging wegen mee in de A-factor


Werknemer (36 jaar) is op 8 april 2002 bij Rabobank Oost Betuwe en per 1 maart 2006 bij Rabobank Utrecht en omstreken in dienst getreden. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medewerker die het voor zijn functie noodzakelijke diploma niet heeft behaald. De kantonrechter wijst het verzoek toe en acht het billijk een vergoeding toe te kennen. De werknemer neemt het standpunt in dat de opgebouwde anciënniteit bij een andere vestiging van de werkgever bij de berekening van de A-factor dient te worden meegerekend. De werkgever wijst op de verschillende uitkomsten van rechters («JAR» 2005/180 en «JAR» 2005/53 tegenover «JAR» 2005/254) bij het antwoord op de vraag of de bank gezien moet worden als een centrale bank met meerdere vestigingen of als een hoeveelheid lokale banken met een eigen autonomie. De kantonrechter beziet de cao die bepaalt dat iedere werkgever te beschouwen is als een afzonderlijke onderneming. Evenwel is de kantonrechter van oordeel dat, gelet op de uitzondering op art. 7:668a BW in art. 3.2. onder 5b en 5c cao (opvolgend werkgever) alsmede art. 4.2.5 lid 1 cao (demotie) en 8.5.5. (de regeling van de studiekosten tussen de Rabobanken) en art. 10.4 (re-integratie bij ziekte binnen de totale organisatie van Rabobanken) alsmede de medezeggenschapsstructuur (art. 1.4. cao) te weten de GOR AB en de orrsquoen, er reden is ook de eerdere bij de bank gewerkte en meteen aan de indiensttreding bij de…

Verder lezen
Terug naar overzicht