Sign. - Ontbinding en loondoorbetaling: samenhang


Werkgever, gevestigd te Sittard, verzocht de kantonrechter Sittard-Geleen om ontbinding, voor zover vereist, van de arbeidsovereenkomst met een in België wonende werknemer. Werkgever stelde zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst met werknemer ten einde was gekomen op grond van wederzijds goedvinden. De werkgever betaalde dan ook geen loon meer aan werknemer. Werknemer was het hiermee niet eens en verzocht om doorbetaling van loon. Werknemer spande een kort geding aan tegen de werkgever bij de kantonrechter Sittard-Geleen. Op grond van art. 20 EEX Verordening (EEX) zou de werkgever de ontbindingsprocedure tegen de werknemer in de woonplaats van de werknemer moeten aanspannen. Werkgever was van mening dat de ontbindingsprocedure en het door werknemer ingesteld kort geding als samenhangend in de zin van art. 28 EEX moeten worden gezien. Op grond van art. 28 lid 3 EEX kan een rechter zich bevoegd verklaren om een vordering in behandeling te nemen als een daarmee samenhangende vordering reeds bij hem in behandeling is. De werknemer voerde aan dat het naar het toepasselijke Nederlands procesrecht niet mogelijk is om een dagvaardingsprocedure te voegen met een verzoekschriftprocedure. De Nederlandse rechter is daarom volgens werknemer niet bevoegd om van deze (gecombineerde) zaak kennis te nemen. De kantonrechter overweegt dat het Nederlandse procesrecht inderdaad geen wettelijke regel kent die samenvoeging van een dagvaardings- en een verzoekschriftprocedure mogelijk maakt, maar in de praktijk worden deze procedures wel vaak gezamenlijk behandeld. De kantonrechter verwijst vervolgens naar punt 12 van de preambule van het EEX waarin staat dat naast de woonplaats van de gedaagde er alternatieve bevoegdheidsgronden mogelijk zijn, gebaseerd op de nauwe band tussen het gerecht…

Verder lezen
Terug naar overzicht