Sign. - Ontbinding, ontvankelijkheid, reorganisatie, vervallen functie


Werknemer, wiens functie na een reorganisatie is komen te vervallen, vordert in kort geding wedertewerkstelling in zijn oorspronkelijke functie en subsidiair dat de kantonrechter de werkgever zal bevelen om een verzoekschrift in te dienen strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De kantonrechter oordeelt dat het gelet op de stukken en op hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd aannemelijk is dat de oude functie van werknemer in het kader van reorganisatie is vervallen. Het staat een werkgever vrij zijn organisatie zo in te richten als hem goed dunkt en in dit geval betekent dat dat de functies van onder meer werknemer zijn vervallen. Maar dat betekent ook dat op werkgever een zware verantwoordelijkheid rust om voor werknemer een goede oplossing en een passende functie te vinden. Dat de voorstellen die werkgever heeft gedaan voor werknemer onvoldoende waren, nu deze cruciale elementen als leidinggeven en initiëren naast het advieswerk niet bevatten, valt te begrijpen. De voorzieningen kunnen echter niet worden toegewezen omdat zijn oude functie is vervallen. Gelet op het voorgaande is begrijpelijk dat werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst als andere oplossing voorstaat. Werknemer kan echter in deze vordering niet worden ontvangen. Het is werknemer immers mogelijk om zelf een ontbindingsverzoek in te dienen met daarbij een verzoek om toekenning van een billijke vergoeding. Bij een ontbinding kan werknemer dus wel belang hebben, maar niet bij de gevorderde voorziening. (Ktr. Haarlem 12 juni 2009, LJN BI8561)

(Ktr. Haarlem 12 juni 2009, LJN BI8561)

Verder lezen
Terug naar overzicht