Sign. - Ontbindingsverzoek bedrijfseconomische redenen afgewezen wegens omstandigheden aan zowel de zijde van werkgever als werknemer


Werknemer (53 jaar) is ruim 37 jaar in dienst van een familiebedrijf. Als gevolg van beperkingen is hij niet volledig inzetbaar. Naast salaris ontvangt hij een WIA-uitkering. Door de crisis zijn er geen positieve bedrijfsresultaten. Krimp en uitbesteding van taken leiden ertoe dat de functie van werknemer grotendeels vervalt; werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer voert verweer. Werknemer draagt alternatieve taken aan en stelt zich flexibel op ter zake mogelijk te verrichten werk, hij beroept zich op een oude toezegging dat hij nooit weg zou hoeven en stelt dat de gevolgen van ontslag voor hem te ingrijpend zouden zijn. De kantonrechter oordeelt dat de bedrijfseconomische noodzaak afscheid van een aanmerkelijk aantal werknemers rechtvaardigt. Het ontbindingsverzoek wordt desondanks afgewezen. De reden hiervan is dat het verlies van baan voor werknemer tot gevolg zal hebben dat hij gezien zijn fysieke beperkingen, zijn leeftijd en eenzijdige arbeidsverleden nooit meer aan het werk zal komen. Voorzienbaar is dat hij na de uitkeringsperiode naar bijstandsniveau zal worden teruggeworpen, nadat hij eerst de overwaarde van zijn eigen woning heeft moeten lsquoopetenrsquo. Verder speelt mee dat werkgever een relatief groot bedrijf is met meer dan 50 werknemers; de beslissing tot inkrimping is niet getoetst door een ondernemingsraad en met 18 ontslagen ligt het aantal onder de grens waarvoor toestemming van het UWV WERKbedrijf nodig is. Op de totale loonsom van het bedrijf is de loonsom van werknemer betrekkelijk gering. Ook speelt een rol dat de aandeelhouders in 2008 en 2009 dividenduitkeringen hebben ontvangen van enkele miljoenen. De toezegging van de oud-directeur, nu aandeelhouder, weegt ook mee.

(Ktr. Almelo 15 maart 2011…

Verder lezen
Terug naar overzicht