Sign. - Ontbindingsverzoek werkneemster toegewezen, vrije keuze van arbeid, C=0


Werkneemster (41 jaar) is sinds begin 2000 in dienst van werkgever. In november 2009 heeft er een incident plaatsgevonden waarbij werkneemster door haar collega verbaal en fysiek agressief is bejegend. Werkgever heeft de collega een officiële waarschuwing gegeven en inmiddels is de collega niet meer werkzaam bij werkgever. In mei 2010 heeft er op de werkvloer opnieuw een incident plaatsgevonden tussen werkneemster en haar leidinggevende. Nadien heeft werkneemster meermalen aangestuurd op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft zich steeds op het standpunt gesteld geen reden voor beëindiging van de arbeidsrelatie te zien. Werkneemster heeft zich vervolgens begin juni 2010 ziek gemeld. Werkgever heeft tevergeefs mediation getracht, welke na een voorzichtige start door werkneemster is stopgezet. Nu verzoekt werkneemster ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Volgens haar is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie, als gevolg van een verwijtbare en onzorgvuldige opstelling van werkgever waardoor werkneemster geen enkel vertrouwen meer heeft in werkgever en een terugkeer naar het werk onmogelijk wordt gemaakt, en maakt zij aanspraak op een fikse (lsquoschadersquo)vergoeding met C=1,3. De kantonrechter oordeelt als volgt. Het grondrecht van vrije arbeidskeuze (art. 19 lid 3 Grondwet) brengt met zich mee dat een werknemersverzoek in beginsel altijd gehonoreerd moet worden. Niet relevant is bij een werknemersverzoek of zich voor werkgever een bijzonder opzegverbod voordoet waaraan eventuele reflexwerking wordt toegekend in een ontbindingssituatie. De gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst komen in deze voor rekening en risico van werkneemster, overigens zonder daarbij een oordeel te vellen over de psychische impact die de incidenten van november 2009 en mei 2010 op werkneemster hebben (gehad). Werkgever heeft naar objectieve maatstaven…

Verder lezen
Terug naar overzicht