Sign. - Ontbindingsverzoek werknemer dient in beginsel gehonoreerd te worden op grond van het grondrecht op vrije keuze van arbeid


Werkneemster (42 jaar) is sinds 1 december 2008 in dienst van werkgever, in de functie van baliemedewerkster. Vanaf 22 februari 2010 is werkneemster arbeidsongeschikt wegens ziekte. Zij verzoekt om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat de directeur van werkgever werkneemster tijdens haar ziekte onheus zou hebben bejegend, hij daarnaast geprobeerd zou hebben werkneemster bij haar familie lsquozwart te maken' en hij zich lsquozeer dreigend en negatief' zou hebben uitgelaten jegens haar en haar familie. Werkneemster heeft geen vertrouwen in voortzetting van de arbeidsrelatie. Wegens dit ernstig verwijtbare gedrag vindt werkneemster een ontbinding met C=3 passend. Werkgever heeft de door werkneemster geuite beschuldigingen met klem betwist. De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gedaan door de werknemer. Bijgevolg is irrelevant dat voor de werkgever in de huidige situatie een bijzonder opzegverbod zou gelden. Als een werknemer om ontbinding verzoekt, moet dit verzoek in beginsel gehonoreerd worden, omdat er sprake is van een (grond)recht van vrije arbeidskeuze. Het staat werkneemster vrij om bij werkgever weg te gaan als zij dat wil. De door werkneemster geuite beschuldigingen zijn niet komen vast te staan. Er is inmiddels wel sprake van een verstoring van de arbeidsrelatie, maar dat deze verstoring in overwegende mate te verwijten valt aan (de directeur van) werkgever is onvoldoende gebleken en onvoldoende aannemelijk gemaakt door werkneemster. Ten aanzien van de geuite beschuldigingen over het gedrag van de directeur zijn geen documenten of stukken overgelegd (met uitzondering van een verklaring van de vader van werkneemster, waarin slecht een niet relevant voorval wordt beschreven). Er is nimmer…

Verder lezen
Terug naar overzicht