Sign. - Ontslag bestuurder en oprichter van onderneming kennelijk onredelijk. Schadevergoeding aan de hand van HR ‘Rutten/Breed’ uitvoerig gemotiveerd begroot


Werknemer (met een dienstverband van 28 jaar) is oprichter en samen met A en B bestuurder van werkgever. In mei 2002 is A getroffen door een (tweede) herseninfarct. In verband daarmee is zijn zoon in augustus 2003 als managementassistent in dienst getreden bij een van de werkmaatschappijen van werkgever met als doel om op enig moment de plaats van A als directeur van werkgever over te nemen. In 2006 is tussen A en B enerzijds en werknemer anderzijds een conflict ontstaan over de wijze waarop de opvolging van bestuur gestalte diende te krijgen. Werknemer heeft aangeboden zijn aandelen in werkgever te verkopen aan A en B tegen een goed bod. In plaats van een bod te doen, hebben A en B echter een buitengewone aandeelhoudersvergadering belegd en uiteindelijk de arbeidsovereenkomst van werknemer opgezegd per 1 oktober 2007. Volgens werknemer is deze opzegging kennelijk onredelijk. Hij vordert schadevergoeding met C=2 (€ 629.715 bruto). Volgens de rechtbank is geen sprake van een valse of voorgewende reden (dat over de redenen die hebben geleid tot de vertrouwensbreuk verschil van inzicht mogelijk is maakt dit niet anders), maar zijn de gevolgen van het ontslag wel zodanig ingrijpend dat een vergoeding van € 246.000 bruto passend is. Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld. Het hof oordeelt als volgt. Werkgever stelt zich op het standpunt dat een redelijke ontslaggrond (ernstige vertrouwensbreuk, waardoor onwerkbare situatie is ontstaan) niet kennelijk onredelijk kan zijn. Het hof overweegt dat ook een ontslag dat berust op een redelijke grond kennelijk onredelijk kan zijn wegens de nadelige gevolgen voor de werknemer, zelfs wanneer er grond is voor ernstige…

Verder lezen
Terug naar overzicht