Sign. - Ontslag op staande voet van een werknemer in de jeugdzorg niet rechtsgeldig omdat niet vaststaat dat sprake is van een affectieve relatie met een 14-jarige. Bovendien heeft de relatie zich in de privésfeer voltrokken en heeft geen verband met het…


Werknemer is sinds 2006 in dienst bij JOD als teamleider. JOD biedt zorg aan gehandicapte jongeren door het beschikbaar stellen van huizen en begeleiders. Op 5 juli 2010 is werknemer per brief op staande voet ontslagen omdat hij een niet geoorloofde relatie/verhouding had met een minderjarige en bovendien verscheen hij, na ziekmelding, niet op het spreekuur van de Arbodienst en vernam werkgever niets meer van hem. Werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen en loon gevorderd. De kantonrechter heeft eerder de vorderingen van werknemer afgewezen (Kantonrechter Oost Gelre 27 september 2010). Het hof oordeelt dat het niet aannemelijk is dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure zal standhouden. Gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemer is zonder nadere bewijslevering onvoldoende aannemelijk geworden dat sprake was van een ongeoorloofde relatie. Bovendien is het hof voorlopig van oordeel dat, zelfs indien zou komen vast te staan dat sprake was van een affectieve relatie, dit niet zonder meer een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Door JOD is onvoldoende gesteld dat deze relatie, die zich in de privésfeer heeft voltrokken, in verband staat met het werk van werknemer, dan wel dat de relatie op zijn functioneren een negatieve invloed had, dan wel dat JOD hierdoor schade heeft geleden (zie HR 17 december 2010, LJN BO1821). JOD heeft verder niet geconcretiseerd met welke afspraken werknemer in strijd heeft gehandeld. Het enkele feit dat werknemer MSN-contact had met de minderjarige via een laptop van JOD is onvoldoende om schending van de gedragscode lsquoomgang met bedrijfsmiddelenrsquo te concluderen. Met betrekking tot de ziekmelding oordeelt het hof dat op de werkgever in het algemeen…

Verder lezen
Terug naar overzicht