Sign. - Ontslag op staande voet, waarvan dringende reden niet wordt aangenomen,
converteert niet in een gewone opzegging


Werknemer is sinds 1 december 2007 in dienst van werkgever (een verkeersschool) in de functie van rijinstructeur. Op 24 december 2010 heeft werknemer de eerste les van die dag afgezegd vanwege de slechte weersomstandigheden. Werkgever vat dit op als werkweigering en ontslaat werknemer vervolgens op staande voet. Partijen zijn verdeeld over de vraag of sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet en wat daarvan de gevolgen dienen te zijn. Werknemer start een kort geding. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zal het ontslag op staande voet geen stand houden. De weersomstandigheden waren dusdanig uitzonderlijk, dat het begrijpelijk is dat werknemer de les heeft afgezegd. Dat hij daarover geen overleg heeft gevoerd met werkgever kan hem misschien wel worden verweten, maar dit rechtvaardigt evenmin een ontslag op staande voet. De kantonrechter stelt verder vast dat werkgever na 24 december 2010 zelf ook is gaan twijfelen aan de rechtsgeldigheid van het verleende ontslag nu zij met werknemer is gaan onderhandelen over een beëindigingsregeling. Nu het ontslag op staande voet geen stand houdt, moet ervan worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst in stand is gebleven, zodat werkgever gehouden is het loon door te betalen. Dat werkgever zijn medewerkers zonder toestemming van het UWV WERKbedrijf met inachtneming van de opzegtermijn kan opzeggen (BBA is niet van toepassing), doet aan het voorgaande niet af. Het is niet zo dat het gegeven ontslag, nu de dringende reden niet wordt aangenomen, moet worden beschouwd als een gewoon ontslag. Dat werkgever na 24 december 2010 op reguliere wijze de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, is niet gebleken.

(Ktr. Almelo 19 april 2011, LJN BQ4151)

(…

Verder lezen
Terug naar overzicht