Sign. - Ontslagen bewindvoerder


 

  Art. 351 lid 1 Fw kent het recht op hoger beroep tegen het in art. 350 Fw bedoelde vonnis uitsluitend toe aan de schuldenaar, in geval van beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, en aan hem "die het verzoek tot beëindiging heeft gedaan", ingeval die beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling geweigerd is. Aan belanghebbenden is het recht van hoger beroep niet toegekend. Verweerster valt, nu zij het inleidend verzoek in haar hoedanigheid van bewindvoerder heeft gedaan en zij ten tijde van het instellen van het hoger beroep die hoedanigheid niet meer had, niet aan te merken als degene "die het verzoek tot beëindiging heeft gedaan" in de zin van art. 351 lid 1 Fw. Het recht van hoger beroep kwam in dit geval uitsluitend toe aan de door de rechtbank benoemde opvolgend bewindvoerder. Deze had verweerster kunnen machtigen om het hoger beroep voor hem in te stellen, eventueel op eigen naam, maar niet blijkt dat een dergelijke machtiging aan het door verweerster ingestelde hoger beroep ten grondslag ligt.

 

(HR 15 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7632, «JOR» 2013/288, m.nt. mr. K.P. Hoogenboezem, tevens behorend bij «JOR» 2013/287)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht