Sign. - Ontstaansmoment verbintenis tot uitvoering betalingsopdracht


De Hoge Raad komt in haar onderhavige arrest niet terug op Huijzer q.q./Rabobank (NJ 2006, 503). Evenals in Huijzer q.q./Rabobank stond de vraag centraal of de debitering van een creditsaldo als gevolg van een ná datum faillissement, maar vóór publicatie daarvan, gegeven betalingsopdracht aan de boedel kan worden tegengeworpen indien de bank niet wist of behoorde te weten dat het faillissement was uitgesproken. De Hoge Raad overwoog in het onderhavige arrest dat het enkele feit dat een rekening-courantrelatie met een bank meebrengt dat een creditsaldo op ieder tijdstip door de bank verschuldigd is, niet betekent dat enkel op basis hiervan een verbintenis tot betaling voor de bank bestaat. in lijn met Huijzer q.q./Rabobank oordeelde de Hoge Raad dat de verbintenis van een bank om overeenkomstig een instructie van haar rekeninghouder een betalingsopdracht ten laste van het saldo van de rekening-courant uit te voeren, pas ontstaat op het moment dat die concrete betalingsopdracht wordt gegeven. Gelet hierop komt aan de bank geen beroep op art. 52 lid 1 Fw toe. (HR 23 maart 2012, LJN BV0614)

Verder lezen
Terug naar overzicht